Nachtbroeder Hans

15/5/21

 

‘Goedenavond, ik ben Hans van de nachtdienst’ zegt de oudere verpleegkundige die mijn ziekenhuiskamer binnen komt lopen.

‘Hallo Hans van de nachtdienst, ik ben Marlous de patiënt’ antwoord ik hem met een glimlach.

‘Kan ik nog wat voor je doen?’

-‘Nee hoor dank je’ zeg ik Hans

‘Wil je nog een glas water?’

-‘Nee dank je, dat pak ik straks zelf wel even’

‘Zal ik je gordijnen alvast dichtdoen?’

-‘Oh joh, dat kan ik zelf’

‘Laat me nou voor je zorgen, thuis zorg je maar weer voor jezelf’ zegt Hans.

‘Ik ben helemaal geen patiënten gewend die zoveel zelf doen’.

-‘En ik vind dat ik alles moet doen wat ik zelf kan doen’ vertel ik hem meteen.

 

‘Wil je trouwens morgenochtend hier naar de kerkdienst?’

-‘Nee dank je Hans, dat doe ik nooit en ik denk niet dat het nog zin heeft. Het leed is al geschied. Of denk je dat het daardoor mis is gegaan met mijn gezondheid?’ zeg ik met een lach.

‘Nou weet je wat je doet, biecht maar even bij mij’ antwoordt Hans terwijl hij achter het gordijn naast mijn bed verdwijnt. ‘Nou toe maar’ zegt Hans.

Terwijl ik moet lachen loopt Hans weer weg. ‘Nou eh, Marjolein was het toch?’ ‘Bijna Hans, ik heet Marlous’ ‘Dan zeg ik Lous, dat is makkelijker’ ‘Ja natuurlijk, zeg maar Lous, dat doet bijna iedereen en dat scheelt weer een paar letters onthouden. Dat lijkt me wel zo prettig met zoveel andere patiënten waar je de namen van moet onthouden.

‘Slaap lekker Lous’.

‘Werk ze Hans van de nachtdienst’.

 

Ken je ze, die verpleegkundigen die voor hun vak zijn geboren? Dit was er dus weer eentje. Lang leve Hanssoortigen in de zorg.