Oproep #2

Zes zenuwslopende weken na de eerste oproep en de afgekeurde longen krijg ik weer een oproep.

Rond middernacht gaat de telefoon. Het is weer een bekende stem van een voor mij bekende arts uit een voor mij bekend ziekenhuis. 

Ik heb dit moment al eens geoefend, daarom voer ik exact dezelfde handelingen uit als vorige keer.

Mau wordt opgetrommeld, mijn ouders en vrienden licht ik in en ik zoek mijn spullen bij elkaar. 

Deze keer sta ik er toch iets anders is, want ik houd er rekening mee dat het weer niet doorgaat. Ik durf er bijna niet op te hopen dat het deze keer wél doorgaat.

Ik had vandaag een fijne dag; ik ben met Mau op een terras gaan zitten niet ver van het VUmc. Een terras op maar een paar kilometer afstand van het ziekenhuis, maar het voelde als een hele andere wereld. Een wereld met uitzicht op water, op vrolijke mensen, op een glas cola en een schaal met bitterballen.

Even leek mijn leven best ok, maar ik voel aan alles dat mijn lijf op is. Het frustrerende daarvan is dat mijn lichaam totaal iets anders doet dan wat mijn geest wil. In mijn bovenkamer heb ik alles nog redelijk op een rijtje, maar waarom doet dat lijf dan toch zo idioot? Alles wat onder mijn hoofd zit lijkt niet meer van mij te zijn. Mijn lijf is op, maar ik nog lang niet.

Ik hoop op een nieuw leven en deze oproep geeft mij een kans daarop.

De ambulance is weer razendsnel. Groningen wordt weer in no time bereikt en alles verloopt zoals de vorige keer dat ik een oproep kreeg. Met één groot verschil: de operatie gaat nu wel door. 

Voordat ik de operatie inga loop ik zelf nog even naar de wc om te gaan plassen. Men staat ervan te kijken dat ik dit nog zelf doe. Ik houd anderen en mijzelf wel een beetje voor de gek. Dat lopen lukt wel, maar gevoelsmatig voelt zo’n laatste wandeling op een schaal van 1 tot 10 als een -5. Maar ik ken de truc: een beetje lachen, een beetje stoer doen en grapjes maken; trappen ze er echt in of doen ze alsof?

Mijn familie loopt mee richting de OK. Gelukkig zijn we vrij nuchtere mensen, dus het afscheid wordt geen drama. ‘Ik hou van jou’s’ worden wel uitgedeeld, maar we nemen afscheid met een: tot straks.