Dr.Reus

Dokter Reus

 

Beste dokter Reus,

 

Kan ik even met u praten?

Weet u het nog, onze eerste afspraak bij u op de poli eind vorig jaar?

Ik liep met u mee uw kamer in en uw eerste vraag was wat ik eigenlijk kwam doen. ‘Ik snap al 17 jaar niet wat ik in een ziekenhuis doe’ dacht ik, maar dat zei ik niet.

U zwaaide met een papier met daarop de uitslagen van een recent onderzoek. ‘Komt u vanwege dít?’ vroeg u mij op een niet al te vriendelijke en bijna afkeurende manier. Vervolgens vroeg u mij met een: ‘Hoe komt het?’ naar de oorzaak van al mijn gezondheidstoestanden. Terwijl ik mijn verhaal deed merkte ik dat u mij wel hoorde, maar u luisterde niet. U zat wat onhandig te scrollen op uw computer, waardoor er documenten verdwenen, maar u keek mij nauwelijks aan. Volgens mij maakte het u niets uit wat ik zei. Ik had het idee dat u al een standaardantwoord klaar had. Ik weet wel dat u de kennis heeft, maar weet u dokter. Reus, ik ben de eigenaresse van het lichaam waar iedereen altijd zo druk mee is. Zelfs met al uw kennis zal u niet eens een heel klein beetje kunnen voelen van wat ik voel, dus alleen al daarom is het best belangrijk dat u naar mij luistert.

 

Binnen vijf minuten in uw kamer gaf u mij het gevoel alsof ik de meest kansloze patiënt was die u ooit had gezien. Dat is vrij opmerkelijk, want dat gevoel geven al mijn andere artsen mij totaal niet. Toen ik u vroeg of ik weer een voor mij bekend medicijn kon gaan gebruiken, antwoordde u mij, met een houding en op een toon waardoor het klonk alsof u aan de bar stond op de sociëteit van het studentencorps: ‘Met die slechte nierfunctie niet, dan blazen we die nier op en dan zit u zo weer bij de nierdialyse’. Voor u zal dit wellicht een doodnormale manier zijn om u te uiten, maar ik was niet zo gecharmeerd van deze gevoelloze en harde manier van antwoord geven. U vroeg mij de naam van mijn nefroloog, om te kunnen overleggen. ‘Dokter Simsalabim’ antwoordde ik u meteen. ‘Dat is toch een reumatoloog?!’ vroeg u mij. ‘Ehm nee, dat is mijn nefroloog’ corrigeerde ik u meteen. Op uw computer ging u op zoek naar de gegevens van mijn nefroloog. U liet mij op uw scherm een rijtje foto’s zien van artsen en liet mij mijn nefroloog eruit pikken alsof ik een crimineel in een verdachtenrijtje moest aanwijzen. ‘Oh is dat ‘m’’ zei u met een ‘die ken ik niet’ erachteraan. ‘Die zal ik wel bellen. Dat doe ik niet vandaag hoor, maar ik kijk wel even wanneer ik dat wel doe’ was het laatste wat u over het onderwerp ‘nefroloog’ zei.

 

Om deze voor mij ongemakkelijke afspraak wat prettiger te maken, begon ik grappen te maken. Grappen maken doe ik vaak, dus dat is niet ongewoon. Dat is wie ik ben, maar met grappen maken probeer ik ook het zware leven luchtiger te maken. Ik denk niet dat u dat begreep, want u zei: ‘Nou, zo te zien kunt u er zelf nog wel om lachen’. En precies op dat moment was ik er klaar mee, met u en met deze afspraak.

 

Dr. Reus, voor u is dit uw werk. Uw werk is een keuze. Ik noem mijn rol als patiënt ook een baan, want ik vind het verdomd hard werken. Maar mijn baan is geen keuze. U werkt fulltime met af en toe wat vrije dagen. Ik werk ook fulltime, maar zonder die vrije dagen. U zal na zo’n werkdag de computer uitzetten en naar huis gaan waar wellicht de gezelligheid op u wacht. Dan zal u voorderest niet meer aan mij denken. Ik ga na zo’n afspraak met mijn haperende lichaam en een rotgevoel naar huis waar er weliswaar een dolenthousiaste hond op mij wacht, maar waar er voorderest niemand op mij wacht. Nee klopt dr. Reus, zo’n gewild leuk liefdesleven en dat enorm gewenste gezin is door mijn welbekende dossier inderdaad niet echt gelukt nee. Dan ben ik dus alleen met dat rotgevoel. Dat rotgevoel dat u mij gaf. U kunt er uiteraard niets aan doen dat mijn gezondheid zo slecht is, maar u bent wel verantwoordelijk voor het gevoel waarmee u mij naar huis stuurt. Het gevoel dat mijn lichamelijke- en geestelijke toestand voor de hele week kan bepalen. Als u zich een beetje verdiept heeft in mijn dossier, dan heeft u de hoeveelheid pech gezien die over mij uitgestrooid is. Via Pulmonale Hypertensie, de longtransplantatie, nierfalen met nierdialyse en de niertransplantatie kom ik bij u op de poli terecht. Denkt u dat ik voor de lol kom en het grappig vind? Nee dr. Reus, ik vind er geen bal aan, maar ik heb geen andere keuze dan er iets van te maken, lachen is dus mijn overlevingsstrategie. U kunt er wat anders van vinden, maar ik vind dat ik het best goed doe. En als er nou iets is wat dit leven nog wat prettiger maakt, dan is dat onder andere een team waanzinnig fijne en goede artsen om mij heen. Ik noem het mijn ‘Dreamteam’. Dat zijn de artsen die ik 100% vertrouw. Artsen waarvan ik weet dat ze doen wat het beste voor mij is en niet voor hun eigen ego. Artsen die naar mogelijkheden zoeken binnen de onmogelijkheden. Artsen waarvan ik niet verwacht dat ze mij beter maken, maar die mij wel altijd het gevoel geven dat er hoop is. Artsen die snappen hoe ik in elkaar zit, die ook wíllen weten hoe ik in elkaar zit. Artsen die weten dat ik niet van drama houd en weten dat ik het fijn vind om te lachen. Artsen die al ontelbare keren hebben bewezen dat ze net zo menselijk zijn als ik.

 

Vertel eens dr. Reus, waar in uw studieboeken stond eigenlijk dat u zo hard, kil en afstandelijk mogelijk moet doen tegen patiënten? Dat waren vast niet dezelfde studieboeken als die van mijn andere artsen.

U moet weten dokter Reus, dat ik zo geschrokken was van onze afspraak, dat ik daarna al onze afspraken vanaf eind vorig jaar afgezegd heb. Dat is dus wél een voordeel van alle medische gegevens online; met één druk op de knop kun je doen alsof bepaalde afspraken nooit hebben bestaan. Ik geef toe dat ik na onze afspraak ook even een rondje ben gaan ‘Googlen’ op de computer. Om te kunnen ontdekken wie de persoon achter de arts is. Ik kwam erachter dat we niet eens zoveel in leeftijd verschillen en op de foto’s die ik zag ontdekte ik zelfs een lach op uw gezicht.

 

Vorige week heb ik toch maar weer een afspraak met u gemaakt. Niet omdat ik daar zin in had, want ik weet dat ik het voor de gezelligheid niet hoef te doen, maar omdat ik vanwege mijn gezondheid wel moet. ‘Geef hem een tweede kans’ kreeg ik als boodschap van één van mijn artsen van het ‘Dreamteam’.

Ik hoop deze keer op een fijnere ervaring dan die eerste keer, want weet u dr. Reus, in dat ‘Dreamteam’ van mij hè, daar is altijd nog plek voor meer artsen.

Tot snel.

 

Hartelijke groet,

 

Marlous de Nerée