Hé chick, ik neem die prik

Al wandelend met Tips kom ik een buurtbewoonster tegen.
Terwijl ik zelf liever altijd op flinke afstand blijf van deze dame, blijkt mijn hond altijd een enorme fan van haar.
‘Hé, ben jij al geprikt?’ vraagt ze mij, waarop ik superblij en bijna trots zeg: ‘Nee, maar wel bijna. Donderdag mag ik’.
‘Wat?! Laat jij je prikken?’ krijg ik als reactie terug.
I
k was even op het verkeerde been gebracht door haar vraag, want gek genoeg ga ik ervan uit dat de meeste mensen ook dolgraag het vaccin willen.
Na mijn: ‘Ja natuurlijk ga ik me laten vaccineren. Ik ben ontiegelijk blij, ik kan niet wachten joh’ kijkt ze me verschrikt aan.
‘Maar hoe moet dat dan?’ zegt ze, terwijl ze verdrietig naar mijn hond en mij kijkt.
‘Hoe bedoel je?’ vraag ik haar.
‘Nou’ zegt ze ‘Ik vind het zo zielig voor je hondje, want ze spuiten jou vol met gif en dan ben je straks dus dood’.
‘Nou nou nou zeg, ff rustig’ zeg ik haar en: ‘Lieverd, luister, de kans dat mijn hond alleen achterblijft is groter wanneer ik me niet laat vaccineren dan wanneer ik me wel laat vaccineren’.
Ze lijkt niet tevreden met mijn antwoord, want ze schudt afwijzend met haar hoofd.
Voor de vorm vraag ik of zij een vaccin wil, maar natuurlijk weet ik haar antwoord al.
Met een ‘ok, doedoei’ en wat gezwaai loop ik snel door, want er valt geen normaal gesprek te voeren met deze dame.
Terwijl ik al bijna bij mijn voordeur ben schreeuwt ze me na: ‘En niet doen alsof ik je niet gewaarschuwd heb’. Ik doe net of ik haar niet hoor en terwijl ik met de sleutel mijn voordeur open, bedenk ik dat ik maar één advies voor mijzelf heb bij dit soort meningen: het ene oor in en het andere weer uit.