Roken: 'het blijft een teer onderwerp’

Ja natuurlijk ben ik vandaag, zoals altijd, veel te vroeg voor mijn afspraken in het ziekenhuis. Daarom neem ik tot aan de afspraak met dr. Sprankel plaats op een bankje voor het gebouw van de poli.

Ik denk het overschot aan tijd perfect te besteden door nog even van de buitenlucht te genieten. Ik heb zojuist een longfunctietest gedaan en de uitslag was weer een opluchting, dus het buiten zitten voelt extra prettig.

Vlak naast mij op het bankje komen ineens twee mensen zitten. Ze komen dicht op mij zitten, nog net niet bij mij op schoot. Op het moment dat de man en vrouw beiden een sigaret opsteken voel ik de ergernis razendsnel opkomen bij mijzelf.

Rondom het ziekenhuis en de poli staan op veel plekken borden om het roken op een vriendelijke manier te verbieden. Het stel lijkt zich er niets van aan te trekken.

Ik probeer mijn ergernis te verbergen, maar op het moment dat ik in een rookgordijn verdwijn besluit ik er wat van te zeggen.

‘Pardon, meneer, mevrouw, zou u hier alstublieft niet willen roken?’

‘Huh, wat?’

‘Of u hier alstublieft niet zou willen roken’.

‘Naja joh, ga je dat aan iedereen hier vragen?’

‘Nee meneer, ik vraag het aan jullie, want jullie gaan dicht op mij zitten en ik heb last van jullie rook’.

‘Haha, geen denken aan joh. Wij gaan hier lekker roken hoor’.

Dat vind ik behoorlijk asociaal van jullie’.

Op dit moment weet ik dat ik rustig moet blijven, maar ik ken mijzelf redelijk goed en ik weet al dat mij dit niet gaat lukken.

En ja hoor daar gebeurt het al: ‘Weet je wat jullie moeten doen? Vooral flink doorroken en dan kunnen jullie rechtstreeks doorlopen naar de longafdeling van het ziekenhuis. Ik kan jullie verklappen; het is daar beregezellig’.

Dat het daar door de lieve mensen die daar allemaal op de afdeling werken gezellig is is wel waar, maar op die manier bedoelde ik het natuurlijk niet.

‘Hoor je dat Betty? Deze vrouw hoort stemmetjes in haar hoofd’. 

Ik weet al dat dit een kansloze missie is, maar ik slinger er nog een opmerking achteraan. Het is zeer goed mogelijk dat mijn opmerking een woord in de categorie van geslachtsorganen bevatte, maar laat ik mijn imago van brave degelijke vrouw maar niet te grabbel gooien, dus we doen net alsof ik enorm beschaafd reageerde. 

Het stel kijkt mij nog geërgerd aan en ik kijk daarom hoofdschuddend terug. Vervolgens lopen ze weg. Ik blijf zelf nog iets langer zitten om wat frisse lucht binnen te krijgen en ik vraag mij eigenlijk ineens iets af. Als we het hebben over asociaal gedrag, is dat een aangeboren aandoening? En op welke poli kunnen de mensen met deze ernstige aandoening nou terecht?