WOORDENLIJST

A.    

abces: ophoping van pus in het lichaam.

abdominaal: met betrekking tot de buik.

acidose: zuurvergiftiging.

albumine: in water oplosbaar eiwit dat veel in bloed voorkomt.

anamnese: vraaggesprek naar de ziektegeschiedenis.

anemie: bloedarmoede.

 

anesthesie: verdoving of narcose.   

 

apnoe: ademstilstand.

 

aritmie: een afwijking in snelheid of ritme van het hart.

 

arterieel: slagaderlijk.

 

B.      

bètablokker: geneesmiddel dat de bloeddruk regelt.

bezinking: de erytrocytbezinkingssnelheid,  of BSE is de snelheid (mm/uur) waarmee de rode bloedcellen die door middel van bloedprikken zijn afgenomen, in het buisje naar de bodem zakken onder invloed van de zwaartekracht.

 

bloedgas: Bij een arterieel bloedgas wordt slagaderlijk bloed van een patiënt onderzocht in een klinisch-chemisch laboratorium. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de zuurstof, het koolzuurgas en de zuurgraad (pH) van het bloed.

 

C.       

 

canule: buisje.

 

cardiaal: met betrekking tot het hart.

 

cardiovasculair: met betrekking tot hart en bloedvaten.

 

catheter: slangetje.

 

CT-scan: is een röntgenapparaat dat een serie foto’s maakt. Door het 3D-beeld zijn de vorm, grootte en structuur van de bloedvaten en organen goed te zien.

           

cortisol: is hormoon dat gemaakt wordt in de bijnierschors uit cholesterol.

 

 

creatinine: creatinine is een afbraakproduct van de spieren. Het wordt continu door de nieren uit het bloed gefilterd en uitgescheiden in de urine. De concentratie van creatinine in het bloed is daarom een goede parameter voor het functioneren van de nieren. Hoe minder ze werken, hoe meer creatinine in het bloed.

 

calcium: ook bekend als kalk, is een mineraal dat je nodig hebt voor de opbouw en het onderhoud van de botten en het gebit. Calcium helpt tegen botontkalking op latere leeftijd en is nodig voor een goede werking van de zenuwen en spieren, de bloedstolling en het transport van andere mineralen in het lichaam.

 

 

D.       

 

decubitus: doorligwonden.

 

dermatoloog: Een dermatoloog is een arts die huidziekten als specialisatie heeft, en daarom ook vaak huidarts genoemd wordt.

 

dyspneu: benauwdheid of kortademigheid.

 

 

E.        

 

ECG: een elektrocardiogram is een hartfilmpje dat de elektrische signalen van het hart in een grafiek weergeeft.

 

EBV: het virus van Epstein-Barr veroorzaakt de ziekte van Pfeiffer.

 

embolie: is de afsluiting van een slagader of een ader, door wat voor materiaal dan ook, dat zich in het bloedvat kan huisvesten en zijn holte kan afsluiten.

 

Erytropoëtine (Epo): is een hormoon dat rode bloedcellen aanmaakt . Een hormoon dat door de nieren geproduceerd wordt.

           

 

F.        

 

Ferritine: is een eiwit dat zorgt voor de binding van ijzer aan rode bloedcellen.

 

fosfaat: een mineraal dat voorkomt in voedsel.

foliumzuur: vitamine B11.

fraxiparine: is een bloedverdunner.

 

G.       

 

glucose: enkelvoudige suiker die van nature in het lichaam voorkomt.

 

H.    

 

hartkatheterisatie: is het door middel van een katheter en contrastvloeistof in kaart brengen van de kransslagaders van het hart. Daarnaast kunnen drukken in het hart worden gemeten.

 

hemodialyse: is een nierfunctievervangende therapie.

 

hemoglobine: eiwit in de rode bloedcellen bij mensen en dieren dat zorgt voor transport van zuurstof en koolstofdioxide door het bloed.

 

heparine: een medicijn dat wordt gebruikt bij het voorkomen of behandelen van bloedstolsels.

           

 

I.         

 

idiopatisch: van onbekende oorzaak.

 

           

Immunosuppressiva: Immunosuppressiva of immunosuppressiva geneesmiddelen die de werking van het afweersysteem remmen. Immunosuppressiva worden gebruikt bij aandoeningen waarbij de ontstekingsreactie van het lichaam ongewenst is.

 

intraveneus: in een ader gelegen.

J.        

jicht: een ontstekingsziekte die wordt veroorzaakt door een te hoge urinezuurspiegel in je lichaam.

K.       

 

kalium: een mineraal en komt voornamelijk voor in groente, fruit, aardappelen en vlees. Ook komt het voor in brood, melk en noten. Kalium zorgt voor een goede werking van de spieren en het zenuwstelsel.

 

L.        

 

longtransplantatie:  chirurgische ingreep waarbij één of twee longen van een overledene naar het lichaam van een patiënt worden overgebracht waarvan de longen door ziekte in zeer ernstige mate zijn aangetast.

 

leukocyten: witte bloedcellen die een belangrijk onderdeel vormen van het immuunsysteem  dat lichaam tegen ziektes beschermt.

           

 

M.      

 

magnesium: een mineraal dat voorkomt in graanproducten, groente, noten en melkproducten. Het is nodig voor onder andere de vorming van bot en spieren en speelt een rol bij de goede werking van spieren en en overdracht van zenuwprikkels.

 

MRI: Magnetic resonance imaging is een medische beeldvormingstechniek die wordt gebruikt voor het in kaart brengen van het lichaam en bepaalde lichaamsprocessen.

 

N.       

 

natrium: kennen we als (keuken) zout.

nefroloog: arts die zich bezighoudt met nieraandoeningen.

Natriumbicarbonaat: kan zure afvalstoffen in het bloed neutraliseren.

nierdialyse: behandeling die de functie van de nieren gedeeltelijk overneemt.

 

O.       

oedeem: vochtophoping.

oestrogeen: vrouwelijk hormoon.

opiaat: opiumbevattend geneesmiddel.

           

 

 

 

P.        

Pulmonale Arteriële Hypertensie:

Verhoogde bloeddruk in de slagaders van de longen.

PICC-lijn: een centraal infuus dat in de ader van de bovenarm wordt geplaatst en wordt gebruikt om via de bloedvaten medicijnen toe te dienen.

 

Q.       

 

 

 

R.       

 

radioloog: arts die een expert is op het gebied van het beoordelen van röntgenfoto’s.

 

resistent: bestand tegen.

 

S.        

 

Sediment: bezinksel.

Subcutaan: onderhuids.

Shunt: verbinding tussen een slagader en een ader en gebruikt wordt om aan te prikken bij nierdialyse.

           

 

T.        

 

trombose: vorming van bloedprop in bloedvat of hart

 

Toxisch: giftig

 

Thorax: borstholte

 

U.

ureum: wordt door de nieren uitgescheiden en in de urine aanwezig is.

 

V.       

veneus: een ader betreffende. Intraveneus betekent in de ader.

W.

 

waakinfuus: uit voorzorg aangelegd intraveneus infuus.

 

X.

X-stralen: röntgenstralen.

 

 

Y.        

 

           

 

Z.        

 

Zink: is een spoorelement dat nodig is voor de opbouw van eiwitten en een goede werking van het afweersysteem.