top of page
  • YouTube - Black Circle
  • Instagram - Black Circle
  • LinkedIn - Black Circle
  • Facebook - Black Circle

De laatste loodjes

  • macdeneree
  • 2 dagen geleden
  • 4 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 19 uur geleden

‘Al 25 hè?’zegt dr. Me Gusta met een stralend gezicht en bijbehorende positieve toon, waarbij hij met 25 natuurlijk doelt op het aantal bestralingen dat ik al achter de rug heb en het einde van het traject dat in zicht is.

Hij vraagt me hoe het met mij gaat. Alhoewel ik hem wil zeggen dat het heel goed gaat, omdat dat het antwoord is wat ik meestal geef als mensen vragen hoe het gaat, ook als het ronduit beroerd gaat, antwoord ik hem dat ik moe ben. Zo ontzettend moe. Ik zeg maar niet dat ik vandaag een ongelooflijk waardeloze dag heb en al de ogen uit mijn kop heb gejankt vanwege een lichtelijke zenuwinzinking. Dat mijn make-up daarna overal zat, behalve op de goede plek. En dat ik het maar snel even heb bijgewerkt, voordat ik naar de Ziekfabriek ging om maar een beetje toonbaar te zijn, ook al zal iedereen het daar een worst wezen hoe ik eruit zie.

Ik vertel dokter Me Gusta ook over de andere bijwerkingen van de bestraling.

Ik weet dat de bijwerkingen erbij horen, maar de ene bijwerking valt me echt zwaarder dan andere.

Is oncoloog zijn trouwens niet een vreselijk beroep? Je moet continu kijken naar mensen die je lichamelijk aan het slopen bent om ze hopelijk weer beter te krijgen. Nou ja, patiënt zijn is ook een shitbaan, dus we staan wel gelijk.

Dr. Me Gusta vertelt wat ik nog kan verwachten deze laatste weken en het klinkt alsof de laatste loodjes echt het zwaarst gaan wegen.

Ik merk dat de rek wat uit mijn veerkracht gaat, maar wie weet verras ik mezelf wel en wordt er nog een potje doorzettingsvermogen geopend dat ergens in mij verscholen zit.

Na het gesprek loop ik naar Chrysant, de machine van vandaag. Daar check ik in. Lekker afwisselend hoor een keer niet de Fuchsia. Ik kijk wat rond en concludeer dat ik dit geen fijne kant van de afdeling vind. Bij de Fuchsia komt er nog een kiertje daglicht naar binnen, zodat je nog het idee hebt dat er nog een beetje leven is naast deze afdeling. De Chrysant vind ik echt een ongezellig donker hol. Alles op steenworp afstand van Fuchsia voelt ineens anders. Zelfs de automatenthee smaakt daar anders dan bij de Fuchsia, terwijl het toch echt dezelfde machine is.

Zodra het masker op gaat en ik stil lig op de bank in de machine, voel ik een brok in mijn keel. Terwijl half Nederland op de piste staat of carnaval viert, lig ik hier in een apparaat om de kanker uit mijn lijf te laten verdwijnen. Ik dacht dat ik mijn portie drama had gehad, maar ik heb er blijkbaar per ongeluk een abonnement op genomen.

Ik ben moe vanwege de behandelingen. Maar ik ben ook zo moe van het de hele tijd iets moeten. Van het slechte slapen, van de spanning, de zorgen, van het steeds weer onderuit gehaald worden in het leven en weer moeten opstaan.

Ik voel me geleefd. Ik baal vanwege mijn smaak die totaal lijkt te zijn verdwenen en waardoor eten geen bal meer aan is. Ik vind mijn verstopte oren, waardoor ik half doof ben , rete irritant. En de hele plukken haar die aan de linkerkant van mijn hoofd uitvallen dramatisch.

Ik vind het rot dat ik nu niet de leuke vriendin ben. Dat ik de liefste mensen om me heen weleens afsnauw. Dat ik die vrouw ben die altijd wat mankeert. Ik vind het stom dat ik geen leuke verhalen heb over skivakanties, verre reizen, werk , sport of kinderen. Dat ik op dit moment geen snars beleef. En dat ik me even heel erg mislukt vind in het leven. Ik heb alleen maar een verhaal over kanker. En o ja, over een hond met een eigen Instagramaccount met een heleboel leuke volgers. Oh, wat leuk dat je het vraagt, natuurlijk wil ik vertellen hoe zijn account heet; Tommie_Amsterdam.

Maar ehm nu ik hier zo dramatisch lig te doen achter dat masker en ik op het punt sta weer een potje te gaan janken, vraag ik me ineens af hoe anderen dat doen. Kan er wel gejankt worden met zo’n masker op als je muisstil moet liggen?

Ik bedenk dat ik mijn tranen het beste kan wegslikken en mijzelf moet opbeuren, want anders wordt deze behandeling wel erg ingewikkeld. Oh ja tuurlijk, hoe was het ook alweer? Je moet kijken naar wat je wel hebt en niet naar wat je niet hebt. Stom, dat was ik even vergeten.

Ik hoef er niet lang over na te denken, want wat heb ik een mazzel met mijn ‘Hulpengelen’, al die mensen die mij weer bijstaan tijdens deze periode. De mensen die dag in dag uit met mij meegaan naar de Ziekfabriek. Die van een extreme rotperiode tegelijkertijd een gezellige tijd maken. Ik maak een diepe buiging voor mijn vrienden en mijn familie.

En misschien moet ik er trouwens maar trots op zijn dat ik helemaal niet meedoe aan die enorme ‘ratrace’ in het leven, want daar wordt niemand toch een beter mens van?

Na de bestraling loop ik naar de uitgang waar mijn vriend en Tommie al voorstaan met de auto.

‘Goedemiddag meneer de taxichauffeur. ik wil graag naar de Huidekoperstraat’ zeg ik terwijl ik instap.

Nog 9 keer……



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page